G-Voetbal competitie. Wilt u meer informatie over de Friends League? Stuur een mail naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Spelregels 4x4

Spelregels 4 vs 4
Het is de bedoeling dat voetballers binnen een 4 tegen 4 toernooi plezier beleven door succeservaringen op te doen: succes smaakt altijd naar méér en stimuleert de speler zich verder te ontwikkelen!

Een van de reden waarom de KNVB al jaren zoveel waarden hecht aan 4 tegen 4, is dat coach en vereniging met de spelvorm perfect kunnen inspelen op de behoeften en eigenschappen van pupillen. Voor junioren en senioren kan deze spelvorm ook uiterst nuttig zijn, omdat de teamfuncties aanvallen, verdedigen en omschakelen alle aan bod komen. We schetsen nog even waarom deze vorm garant staat voor maatwerk.

Vroeger speelden alle voetballers, van jong tot oud, 11 tegen 11. Zodra kinderen zich aanmeldden bij een club, werden ze onmiddellijk „in het diepe geworpen‟ en speelden ze op net zo‟n groot veld als volwassenen. Dit is voor jonge kinderen sterk af te raden. Voor die categorie brengt voetbal met 11 tegen 11 en voetbal op een volledig speelveld onvoldoende balcontacten met zich mee. Dat leidt tot onvoldoende keuzemogelijkheden. Slechts een gering aantal spelers wordt betrokken bij het spel. De spelbedoelingen worden dus niet gerealiseerd. Omdat je alleen leert voetballen wanneer je vaak aan de bal komt, organiseert de KNVB voor kinderen wedstrijden met kleinere teams. E- en F-pupillen spelen in de
competitie 7 tegen 7. Pas bij de D-pupillen is sprake van 11 tegen 11. Dit alles laat onverlet dat 4 tegen 4 tijdens de training de ideale spelvorm is om jeugdspelers te leren voetballen. Een andere aanpassing: de afstand tussen de doelen verkleinen.

Voetbal is voor kinderen in de jongste leeftijdscategorie veel makkelijker en leuker wanneer er minder spelers zijn en het veld kleiner is. In de allerkleinste KNVB-vorm van voetbal - 4 tegen 4 dus - bestaat nog steeds de mogelijkheid de bal in verschillende richtingen af te spelen: naar voren of naar een zijkant. Zodra kinderen wat ouder worden en meer complexe combinaties aankunnen, gaan ze 7 tegen 7 spelen.

Waarom 4 tegen 4?

  • 4 tegen 4 is de kleinste vorm van de echte wedstrijd;
  • Het is overzichtelijk voor de spelers, omdat het aantal voetballers gering is;
  • Het is dus ook overzichtelijk voor de coach of begeleider!;
  • Alle kenmerken van het voetbalspel zijn aanwezig - voorwaarden om breed en diep te spelen;
  • Het is aantrekkelijk om te spelen - het is een wedstrijd op zich - spelers komen veel aan de bal - er kunnen veel doelpunten worden gemaakt;
  • Alle spelbedoelingen komen aan bod;
  • Meer balcontacten;
  • Meer scoringskansen en doelpunten;
  • Meer plezier.

De begeleiders zien er op toe dat de volgende spelregels worden nageleefd:

  • Veldafmeting: lengte 30-40 meter, breedte 15-20 meter;
  • Doeltjes/pionnetjes/paaltjes: ± 2-4 meter breed. De exacte breedte is afhankelijk van leeftijd en vaardigheid van de spelers. Het is belangrijk dat deelnemers succesvolle ervaringen opdoen en doelpunten maken. Is bijvoorbeeld sprake van jonge kinderen die weinig scoren, dan is het verstandig het doel breder te maken en zo de kans op een treffer te vergroten;
  • Elk team heeft eigen hesjes/tenue‟s Dat vergroot de duidelijkheid;
  • Scoren vanaf elke positie in het veld;
  • In de regel wordt zónder keeper gespeeld. De spelbegeleider kan soms kiezen voor een groot doel, van 5 bij 2 meter, dat wordt verdedigd door een speler die de bal in de handen mag pakken;
  • De buitenspelregel wordt niet toegepast;
  • Bij een hoekschop wordt de bal ingebracht vanaf een van de hoekpunten;
  • Gaat de bal via een speler van de tegenpartij over de achterlijn, dan wordt de bal met de voet vanaf de achterlijn ook weer in het spel gebracht door een verdediger van het betreffende doeltje;
  • Gaat de bal over de zijlijn, dan wordt de bal met een intrap of dribbel vanaf de grond weer in het spel gebracht;
  • Na een doelpunt wordt de bal vanaf de achterlijn weer in het spel gebracht;
  • Na een overtreding kan een vrije trap worden gegeven. De tegenstander houdt in dat geval minstens 3 meter afstand;
  • Houdt een speler de bal voor het doel tegen met zijn handen, dan kan de benadeelde partij een strafschop nemen. De bal moet dan vanaf ongeveer 15 meter de bal in het doel schieten. Er staat géén keeper in het doel;
  • Stimuleer de spelers niet voor het doel te blijven hangen en zich tot verdedigen te beperken;
  • De uitleg luidt: "Als je de bal niet hebt, kun je niet scoren. Verover dus de bal!".